Het beleg van Alkmaar

“Val aan” en “sla dood”

Vissers uit Schermer en Schermerhorn moedigen de Alkmaarders aan tijdens de bestorming op 18 september 1573… Om de Spanjaarden af te leiden!

Wat was de rol van dorpen in voormalige gemeenten Graft-De Rijp en Schermer bij het beleg en ontzet van Alkmaar? Een interessante vraag die we misschien over het hoofd zien als we over het Beleg en Ontzet van Alkmaar vertellen. Harry de Bles, historicus en 8 October Vereeniging bestuurslid, is voor ons de geschiedenis ingedoken.

Ooggetuigen

Allereerst zocht hij in de documenten die Nanning van Foreest heeft achter gelaten. Maar Nanning van Foreest noemt het gebied nauwelijks in zijn ooggetuigenverslag. Onder 1 oktober vinden we een aantekening over de Schermer die interessant is. Er blijkt een Geuzenschip rond te varen, een galeischipt (het kon dus geroeid worden, als de wind ongunstig was) “die daer den Schermer bewaerden ende inne hadden”. 

Het tweede ooggetuigenverslag over het beleg, geschreven door een onbekende, geeft meer informatie. Op 28 augustus lezen we: “Noch op den 28. tsavonts omtrent vijffs uren, quamen die geley met schepen op de Schermer, omtrent Alckmaer, ende vierden zeer dat men op die vesten sien mochten, waer door die burghers ende soldaten seer verblijt waren, ende meenden dat daer wat goets wilde na volgen.”

Op 20 september lezen we dat er post van Diderick van Sonoy is aangekomen: “Den selfden dach quamen binnen Alckmaer tsavonts bij duyster, twee jonghe ghesellen van Schermerhooren die van onse burgers die buyten der stede waeren ghestuert, sij brochten ons brieven van Diderick Sonoy, ende van veel burgers daer die van Alckmaer in verblijt waren, wij hadden in lange geen posten in ghecregen, sij seyden dat den prince ghesonden hadden tien vaendels walen int Noorderlant omme Alckmaer te ontsetten.“

Wat schrijft Bor over de Opstand?

En dan is er het werk van Bor die schrijft over de Opstand. In deel 1 van zijn boek vertelt hij over de aanleg van een schans door de Geuzen bij Rustenburg en vertelt hij over het verbranden van Oterleek, dat hulp had verleend aan de Spanjaarden en hiervoor werd gestraft. Ook vertelt hij het verhaal van de bestorming van Alkmaar op 18 september. Bor schrijft op 18 september dat ‘simpele vissers’ van Schermer (bedoeld wordt dan Grootschermer en omgeving) en Schermerhorn met hun schuiten voor de ton kwamen (die lag op de hoek van Zeglis met de Schermer) met “groot gekrijt en geschreeuw”. Ze riepen: val aan, sla dood! De Spanjaarden die bezig waren met de bestorming van de stad, schrokken hierdoor en werden afgeleid. Dat hielp de Alkmaarders.
Bor: ”Hier dient mede verhaelt, hoe dat de simpele visschers van den eylande van Schermer en Schermerhorn, door eenen sonderlingen yver, met alle hun macht van schuiten en pramen voor de Tonne gekomen zijn, met groot geroep en gekrijt in gelijker stemmen, val aen, val aen, slaet dood de Spangiaerts, ‘t welk een groote schrick maekte en de storminge veel belette”. 

Het archief van de banne Graft en De Rijp

Meer informatie vond De Bles in een groot aantal originele documenten, die bewaard zijn gebleven in het archief van de banne Graft en De Rijp, inv.nr. 66. Dat is op zich heel bijzonder. Buiten Alkmaar, zijn er maar twee gemeenten waar in het archief iets bewaard is gebleven uit deze periode, namelijk Graft-De Rijp en Niedorp.
De meeste stukken in het archief van de banne betreffen beschikkingen van Sonoy op verzoekschriften die door de banne werden ingediend. Bij deze beschikkingen had de stad Alkmaar ook een duidelijke rol. In de brieven wordt gezegd dat de banne ‘sorteerde’ onder de stad Alkmaar, en in de praktijk zien we wel eens dat Alkmaar door Sonoy om advies werd gevraagd voordat hij een besluit nam op een verzoekschrift.
Weliswaar werd het Schermereiland nooit bezet door de Spanjaarden, maar dat betekende niet dat de bevolking geen grote hinder ondervond van de oorlogsomstandigheden. Voortdurend moeten ze geld en mensen leveren voor de strijd tegen de Spanjaarden. Steeds proberen ze verlichting te krijgen van deze lasten, wat niet of maar ten dele lukte. Dat kwam het welzijn van de bevolking niet ten goede. Ze schrijven zelf op een bepaald moment dat zeker de helft van de bevolking alleen water en brood had om van te leven. 

Voortdurende stroom aan berichten tussen Graft-De Rijp en Alkmaar

Wat wordt er dan allemaal aan elkaar gevraagd? Spullen, mensen, hand en span diensten? We lezen het in een heel aantal bewaarde documenten.

In januari 1573 vraagt de banne aan Sonoy of ze de meelmolen mogen repareren. Ze beloven dat ze de vijand geen meel zullen bezorgen. Ze schrijven dat de inwoners van de banne “den gemeene saecke van tvaders landt tegens den Spangiaert te bevrijden van eersten aen seer toegedaen sijn geweest ende alsnoch sijnde”. Hun verzoek wordt, na advies van de burgemeesters van Alkmaar, toegestaan.
Maart 1573 stuurt de banne het bericht dat zij schansers en ‘puniers’ hebben betaald voor de strijd tegen de Spanjaarden. Dat heeft Graft 700 gulden gekost en Schermer een bedrag van meer dan 500 gulden. Ook hebben ze 4 wagens geleverd ten behoeve van het Geuzenleger in Egmond.
April 1573 komt het bevel dat alle dorpen “per 50 morgen land ider 100 pond zoetemelkse kaas moeten leveren voor het Geuzenleger te Egmond en elders.”
In augustus 1573: de banne moet 100 man leveren, liefst meer, voor het schansgraven in Alkmaar, ter vervolmaking van de nieuwe verdedigingswerk daar. Het moeten wel de ‘goetwilligste’ personen zijn. In de brief wordt benadrukt dat het steunen van Alkmaar in de Opstand ook voor de welvaart van het platteland van groot belang is.
Op 2 september 1573 wordt de ‘huysluyden’, vergezeld van schout en andere bestuurders verzocht naar Schagen komen om te helpen in de strijd tegen de Spanjaarden. De banne wil niet naar Schagen. Ze pleiten ervoor om ter plekke te mogen blijven en het Schermeiland te verdedigen tegen de Spanjaarden. Dat wordt toegestaan.
Dan op 12 september 1573 moet de banne de molenijzers brengen naar hopman Titus van Hittinga. Een dergelijke maatregel betekende dat er geen meel meer gemalen kon worden. De Geuzen waren blijkbaar bang dat er toch meel aan de Spanjaarden geleverd zou worden.
Op 15 en 16 september 1573 worden graan, hooi en boter naar Edam gebracht om daar veilig bewaard te worden, zodat het niet in de handen van de vijand zou vallen. De banne schrijft erbij dat ze er alles aan proberen te doen, maar dat ze niet aan alle verzoeken van Alkmaar kunnen voldoen. Ze proberen er zo goed mogelijk op te letten dat er geen voedsel naar de vijand gaat. Daarom worden alle uitgaande schuiten nagekeken en een groot deel van de oogst verplaatst naar veiliger plekken.
 
Even wat stiller

Dan is het een tijdje stil (!) en komt de verzoek-brief-wisseling pas weer na 8 oktober op gang. Als eerste wordt er op 17 oktober 1573 aan de banne gevraagd om mee te helpen met de versterking van Purmerend. Daarvoor moeten tot november 1573 alle dagen 150 man geleverd worden.
Op 13 november 1573 ontvangt de banne berichten dat de Spaanjaarden in de winter nog een keer in actie kunnen gaan komen. Daarom wordt ze gevraagd zich hierop voor te bereiden. Dat betekend de wapens gereed maken, ijssleden verzamelen en schaatsen. Verder moeten er bijten gemaakt moeten worden om de opmars van de vijand te weerstaan. Ook wordt ze opgedragen hun goederen in veiligheid te brengen in gefortificeerde steden.

Kort samengevat: Opstand mede mogelijk gemaakt door…

En de lijst gaat nog door! Wat blijkt is dat er een levendig verkeer van berichten was tussen de verschillende partijen en dat de ommelanden van Alkmaar werd gevraagd, zelfs opgedragen, mee te helpen: met geld, met manschappen en met voedsel.
De strijd tegen de Spanjaarden werd dus niet alleen door Alkmaar gevoerd. Tegenwoordig zouden we dan ook zeggen: “De Opstand tegen de Spanjaarden werd mede mogelijk gemaakt door Graf-de Rijp en Schermer!”

Bronvermelding fotografie: Regionaal Archief Alkmaar 

shareShare


ALKMAARDERS OPGELET!

Word ook lid van de 8 October Vereeniging!

AANMELDEN

vraag of opmerking?

E-mail

info@8october.nl

Postadres

8 October Vereeniging Alkmaar Ontzet
Postbus 3068
1801 GB Alkmaar

IBAN

NL78RABO0396422713

Hosting door SQR.nl

Info

{{msg.body}}

×